Deelsommen oefenen
Van deeltafels tot staartdelen en delen met rest. Stap voor stap uitgelegd met visuele hulp. Voor groep 5 t/m 8.
Kies je niveau
Delen bouwt voort op de tafels. Begin bij de deeltafels.
Verschillende manieren om te oefenen
Elke leerstijl is anders. Van rustig invullen tot onder tijdsdruk.
Tips voor delen
Delen zonder tafels is zwemmen zonder water. Zorg dat de tafels t/m 10 vlot zijn voordat je deelsommen oefent.
Leer je kind elke deelsom te controleren met een keersom: 56 : 8 = 7, want 7 × 8 = 56.
Bij de hapmethode mag je kleine happen nemen, maar grote happen (10 ×, 20 ×) zijn sneller. Oefen het schatten.
Delen leren op de basisschool
Delen begint in groep 5 met de deeltafels, de omgekeerde tafels. In groep 6 volgen delen met rest en grote deelsommen via de hapmethode of staartdeling. In groep 7 en 8 wordt delen vooral toegepast bij breuken, verhoudingen en kommagetallen.
Hapmethode of staartdeling?
Beide leiden tot hetzelfde antwoord. De hapmethode is flexibeler en sluit aan bij het inzicht; de staartdeling is korter maar vraagt een vaste procedure. Volg de methode die de school gebruikt.
Veelgestelde vragen
Wat is delen met rest?
Als een getal niet precies te verdelen is: 17 : 5 = 3 rest 2. Drie keer vijf is vijftien, en er blijven er twee over.
Wanneer leren kinderen staartdelen?
Meestal in groep 6. Sommige methodes gebruiken alleen de hapmethode en komen pas in groep 7 bij de staartdeling.
Mijn kind haalt delen en vermenigvuldigen door elkaar
Gebruik de driehoek: 56 bovenin, 7 en 8 onderin. Vanuit die driehoek maak je twee keersommen en twee deelsommen. Dat maakt de samenhang zichtbaar.